Opnieuw zijn er wéér minder koeien in de wei in vergelijking met voorgaand jaar. Voor het tweede jaar op rij zijn er 30.000 dieren bijgekomen die altijd binnen staan, waarvan ruim vijfduizend in Gelderland.

De Gelderse Partij voor de Dieren heeft de laatste cijfers per gemeente opgevraagd bij het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Per gemeente kan worden opgezocht hoe het met de weidegang is gesteld. Uit de cijfers blijkt een verdere afname van het aantal koeien in de wei. Er zijn 30.000 dieren bijgekomen die permanent op stal staan. In 2013 waren er in totaal 453.026 koeien zonder weidegang. De gemeente met de meeste dieren die nooit buiten in de wei staan is Súdwest-Fryslân (19.312), en in Gelderland de gemeente Berkelland (11.520). De gemeente met de hoogte toename van het aantal dieren zonder weidegang is Bronckhorst (1.524). Het laagste percentage weidegang is er in Almere, waar 92% van de dieren binnen staat.

Er zitten grote verschillen tussen de beweiding per provincie. Een koe in Noord-Holland heeft de meeste kans op weidegang, daar mag 91% van alle koeien de wei in. Koeien in Flevoland hebben het minste geluk, daar heeft een magere 29% van alle koeien weidegang. Provincie Gelderland staat op de vijfde plaats, daar heeft 72% van de koeien weidegang.

Helaas zullen er met het loslaten van de melkquota in april nog veel meer koeien en kalfjes bijkomen die nooit de wei zien. Volgens de Dierenkieswijzer is er een meerderheid voor weidegang, alleen VVD en CDA vinden dat de koe best jaarrond in de stal kan staan. Helaas vergeten veel partijen na de verkiezingen hun verkiezingsprogramma. De Partij voor de Dieren vergeet de koeien niet, en houdt vast aan haar idealen.