De SP wil met de rest van de gemeenteraad opnieuw in debat over WorkFast, de verzorger van reïntegratietrajecten voor bijstandsgerechtigden. Dit naar aanleiding van het onderzoek van de gemeente, wat deze week is gepubliceerd. Een kwart van de deelnemers aan WorkFast is ontevreden over de begeleiding. 

Nijmegen maakt sinds juli 2013 gebruik van de diensten van WorkFast. De SP ontving klachten van deelnemers aan dit traject. WorkFast zou mensen respectloos bejegenen en onvoldoende rekening houden met hun persoonlijke omstandigheden. Naar aanleiding hiervan heeft de SP vragen gesteld aan het college en een enquête gestart. In maart presenteerde de SP de resultaten van de enquête in een zwartboek over WorkFast. Een meerderheid van de gemeenteraad schaarde zich daarna achter een motie van de SP die de gemeente opriep verder onderzoek te doen naar WorkFast.

Inmiddels is het onderzoeksrapport van de gemeente er. Maarten Sweep, gemeenteraadslid namens de SP: “De verhalen van deelnemers in het rapport bevestigen de klachten die we als SP hebben gekregen. Een kwart van de deelnemers is ontevreden over de begeleiding en wat ons betreft is een kwart te veel.” De gemeente is positiever en wijst erop dat het aantal klachten sinds juli 2014 gedaald is. Van de mensen die vóór 1 juli 2014 een traject bij WorkFast volgden, voelde 40 procent zich onfatsoenlijk behandeld. á 1 juli 2014 was dit nog 10 procent.

Sweep: “Toevallig is dat net vanaf het moment dat de SP aan de bel trok. Sindsdien zijn er inderdaad wat verbeteringen geweest, zo is WorkFast nu terughoudender met het doorgeven van ‘sanctiewaardig gedrag’. Daarmee hebben we ons eerste succes dus al geboekt. Verder is er nog veel niet in orde. Zo blijkt uit het onderzoek dat niet iedere deelnemer aan WorkFast die gekort werd op zijn uitkering, daarover zijn verhaal kon doen bij de gemeente. Er is dus niet overal hoor en wederhoor toegepast, wat ook al uit het SP-zwartboek bleek. Wij zien dit dus als een bevestiging van wat wij in ons zwartboek al constateerden. Andere partijen beweerden dat in ons zwartboek alleen ‘incidenten’ stonden, nu blijkt dat dit niet zo is.”