Vragen aan het College van B&W inzake bomenkap Overasseltse vennen
Met grote verbazing hebben wij in Gelderlander van kennis genomen van de mededeling van het college dat slechts met realisatie van 25% (35 hectare) van de oorspronkelijke hoeveelheid (150 hectare) te kappen bomen wordt voldaan om verdere verdroging van de Hatertse en Overasseltse vennen tegen te gaan.
Wij zijn opgetogen omdat verdere kap hiermee wordt voorkomen maar ook zeer verbaasd. Dit mede gelet op de omvang en impact van de ingreep en de maatschappelijke onrust die er de afgelopen jaren rondom dit onderwerp bestond.

Dit leidt bij ons tot de volgende vragen:

  • Is het juist dat met slechts 25%, i.c. 35 hectare kap de oorspronkelijke doelstelling van vernatting wordt gehaald?
  • Kunt u ons uitleggen op basis waarvan u tot deze buitengewone ingrijpende bijstelling bent gekomen?
  • Had achteraf beschouwd ook deze (in omvang beperkte) kap überhaupt kunnen worden voorkomen indien er in het verleden tijdig andere beheersmaatregelen waren genomen? Klaarblijkelijk lijkt kap dus niet de enige oplossing van het vraagstuk.
  • Had u met deze wijsheid achteraf dezelfde percelen gekapt of had u gekozen voor een andere aanpak? Had gedeeltelijke of gehele amovering van bedrijfsmatige activiteiten in het gebied voorkomen kunnen worden? Had de toegenomen (extra) geluidsoverlast als gevolg van de kap kunnen worden voorkomen?
  • Wie is er verantwoordelijk voor de informatie en de onderbouwing op basis waarvan bestuurlijk tot het afgelegde traject destijds is gekozen? Kortom, zijn wij als gemeentebestuur jarenlang voor de gek gehouden?
  • Bent u voornemens om op zeer korte termijn tekst en uitleg te geven aan zowel de gemeenteraad als aan alle direct en indirect betrokkenen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.