Recent is er een aan de gemeenteraad geadresseerde uitspraak van de rechtbank bezorgd op het gemeentehuis welke betrekking had op een veroordeling van wethouder Laurant.

Op woensdag, 10 september heeft de VVD-fractie kort inzage gehad in deze (aan de gemeenteraad gezonden uitspraak) waarbij wij dit document dat op dat moment inmiddels als vertrouwelijk was geclassificeerd, hoewel nadrukkelijk gericht aan de gemeenteraad noch mochten meenemen, noch mochten fotokopiëren.

Na ampele overweging heeft de VVD-fractie besloten om het college van B&W en de burgemeester hierover om opheldering te vragen en het raadspresidium verzocht om deze brief toe te voegen aan de openbare raadsagenda van 2 oktober a.s. Nadat was gebleken dat de meerderheid van fractievoorzitters, om hen moverende redenen, niet op dit verzoek tot openbare behandeling in wilde gaan heeft de VVD-fractie besloten onze vragen vervolgens te stellen in de vorm van schriftelijke vragen.

Het moge helder zijn dat wij de voorkeur gaven om hierover in een openbare raadsvergadering met het college van gedachten te wisselen. Daarvoor bleek echter geen enkele ruimte.

De vragen luiden als volgt.
1. Wanneer is het hiervoor genoemde document ontvangen op het gemeentehuis?
Waarom heeft u ervoor gekozen om een nadrukkelijk aan de raad gestelde brief niet rechtstreeks door te sturen aan de geadresseerden (i.c. de gemeenteraad)?
Op grond van welke formele regel of welk voorschrift kan het college of het presidium tot een dergelijke ingreep besluiten en hoe hadden de overige raadsleden (i.c. de niet-fractievoorzitters) in dit geval kennis kunnen nemen van dit aan hen gerichte document?

2. Is en zo ja wanneer, is het college geïnformeerd over dit voor de heer Laurant ongunstig rechterlijk vonnis en het hiervoor genoemde aan de raad geadresseerde document?

3. Was wethouder De Swart, als voormalig lijsttrekker van DGH, op de hoogte van deze zaak? Zo ja, welke afweging heeft zij in dit verband gemaakt toen zij als fractievoorzitter van DGH de heer Laurant aan de raad voordroeg als wethouderskandidaat? Waren de beide coalitiepartijen of de coalitieonderhandelaars (de nu beide wethouders De Swart en Van den Berg) hiervan op de hoogte?
Zo ja, welke afweging hebben zij gemaakt?

4. Heeft kandidaat wethouder Laurant in zijn gesprek met de burgemeester en de secretaris in het kader van de integriteitsprocedure voorafgaand aan de kandidaatstelling als wethouder kenbaar gemaakt dat hij rechtstreeks betrokken was bij de hiervoor genoemde gerechtelijke procedure?
Zo nee, waarom niet?
Zo ja, waarom is dit niet in het verslag van dit gesprek opgenomen zodat de raad hiervan kennis had kunnen nemen en wat is hem mogelijk in dit verband in zijn gesprek met de burgemeester en de secretaris geadviseerd en waarom?

5.Zijn de burgemeester (als voorzitter van de gemeenteraad) en het college van mening dat enkel het hebben verkregen van een VOG-verklaring een kandidaat-wethouder ontslaat van het vooraf informeren van de raad over zaken die hem rechtstreeks aangaan en die zijn functioneren op een later moment als bestuurder in de weg kunnen staan? Graag motiveren.

6. Is het college van mening dat de zaak, die betrekking heeft op het onrechtmatig handelen van de heer Laurant als privépersoon in relatie tot een financiële transactie, mogelijk op gespannen voet zou kunnen staan met zijn functioneren als wethouder financiën, zowel wat betreft de uitvoering van zijn bestuurlijke taken als ook in de beeldvorming, nu of in de nabije toekomst?

7. Welke afwegingen hebben bij wethouder Laurant ten grondslag gelegen aan zijn afweging om deze feiten niet actief kenbaar te maken bij de gemeenteraad, zowel als mogelijk bij zijn collega-wethouders?

8. Is wethouder Laurant van mening dat zijn geloofwaardigheid als portefeuillehouder financiën en onkreukbaar bestuurder mogelijk in het geding kan zijn of nog kan komen door het nog lopende gerechtelijke proces?
Zo ja, welke conclusies verbindt hij hieraan?
Welke conclusies verbindt het college hieraan?

9. Is de burgemeester in zijn hoedanigheid als voorzitter van de gemeenteraad van mening dat de kandidaatstelling van de heer Laurant voor het wethouderschap waarbij de 5 van de 17 raadsleden geen enkele gelegenheid hebben gekregen om met hem vooraf kennis te maken en van gedachten te wisselen in de toekomst navolging verdient?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.