Vanaf vrijdag 1 augustus is er een nieuw canonvenster te zien in het Huis van de Nijmeegse geschiedenis. Het gaat over de Eerste Wereldoorlog in Nijmegen. De jaren 1914-1918 horen tot een bijzondere, maar dusverre onderbelichte periode in de lokale geschiedenis.

 

Daarmee past het nieuwe venster over deze jaren prima in de traditie van 51e Canonvensters. Die vensters zijn een aanvulling op de 50 vaste vensters van de Canon van Nijmegen waar de belangrijkste momenten uit de stadsgeschiedenis aan bod komen. Het nieuwe 51e Canonvenster is gemaakt door historicus Rob Wolf met aansprekende teksten en beelden.

 

Een onderbelichte periode

Begin augustus 1914 werd in de stad en in grensdorpen als Groesbeek een groot contingent grenswachters gelegerd. Vanaf oktober 1914 heeft Nijmegen een kleine duizend Belgische vluchtelingen gehuisvest. Smokkelaars waren ook hier actief, terwijl Duitse deserteurs en ontsnapte geallieerde krijgsgevangenen de weg over de grens wisten te vinden. In de stad zelf nam de armoede toe. Een groeiend deel van de bevolking werd voor de maaltijden afhankelijk van liefdadige instellingen en de gemeentelijke gaarkeukens. Steenkool was zo schaars dat veel gezinnen ’s winters in de kou zaten. Toch waren er ook positieve dingen te melden. De eerste arbeiderswijken werden onder het regime van de Woningwet gebouwd. Concertgebouw De Vereeniging opende in 1915 zijn deuren, sportpark de Hazenkamp werd in 1918 in gebruik genomen. Net als elders eindigde de donkere periode van de Eerste Wereldoorlog ook in Nijmegen met de Spaanse griep die weer een zwarte bladzijde aan de Europese geschiedenis toevoegde.

 

De mini-expositie is te zien tot eind november. Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis is open op  dinsdag–zaterdag 11.00-17.00 uur en op koopzondagen: 12.00–17.00 uur Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis is gratis toegankelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.